
Jurisprudentie
BA8080
Datum uitspraak2007-06-13
Datum gepubliceerd2007-06-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/4225 WW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-06-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/4225 WW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Geen onderzoek gedaan naar het beroep van betrokkene op het gelijkheidsbeginsel. Strijd met vereiste zorgvuldigheid.
Uitspraak
06/4225 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 6 juni 2006, 05/2025 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 juni 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L.I. Olivier, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2007. Appellante is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J.M.H. Lagerwaard, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
Bij het op bezwaar gegeven besluit van 3 november 2005 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het besluit van 3 december 2004, genomen op de aanvraag van appellante van een uitkering krachtens de Werkloosheidswet ingaande 1 november 2004, onder wijziging van de motivering gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Nu namens het Uwv ter zitting van de Raad is meegedeeld dat de grondslag van het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd, omdat dit besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen, doordat geen onderzoek is gedaan naar de gegrondheid van appellantes beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het bestreden besluit kan
-en in het verlengde daarvan de aangevallen uitspraak- om die reden niet in stand blijven.
De Raad acht termen aanwezig om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellante terzake van verleende rechtsbijstand, begroot op € 322,-- in beroep en op € 322,-- in hoger beroep, totaal derhalve € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Draagt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 644,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het door haar in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ad € 142,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter en C.P.J. Goorden en B.M. van Dun als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.

